Hoe het kan dat kinderen eenkennig worden

‘Alles is een fase!’ Dit is een van de one liners die jonge ouders naar zich toe geslingerd krijgen. Gelukkig gaan sommige dingen weer over maar wat is de oorzaak? Hoe komt het dat kinderen bijvoorbeeld éénkennig worden? Je leest he tin dit artikel.

In theorie

Om te kunnen begrijpen hoe eenkennigheid werkt zit er een stukje ontwikkeling van het brein die daaraan ten grondslag liggen.

Als kinderen nog heel klein zijn komen en gaan er mensen zonder dat kinderen precies weten wie dat zijn. Ouders herkennen ze prima maar andere zijn vooral gezellig dat ze er zijn. Als ze lachen wordt er terug gelachten end at is vaak voor kleine kinderen al voldoende interactie.

Hetzelfde geldt bijvoorbeeld ook voor speelgoed, als het er is is het prima maar is het weg dan vergeten ze dat. Niks anders dan uit het oog uit het hart.

Lees ook: Wanneer motorisch leren niet vanzelf gaat, DCD

Objectpermanentie

Vanaf een maand of zes leren kinderen objectpermanentie. Dit betekent dat wanneer iets er niet is, ze het wel kunnen verbeelden en kunnen herinneren dat het er is/was. Zo kan het vanaf nu dus zijn dat als er ergens een speeltje is wat ze willen ze het kunnen gaan zoeken. Dit is niet precies bij zes maanden maar dit gaat geleidelijk aan.

Wat kinderen zich dan nog niet realiseren is dat als iets weg is of iemand weg loopt deze persoon ook weer terugkomt. Iets of iemand is weg en dat geeft voor het kind onderscheid of het wel weer terugkomt.

Eenkennigheid

Hier komt ook de eenkennigheid, of verlatingsangst een beetje vandaan. Op het moment dat ouders weg lopen en een kind bij bijvoorbeeld opa of oma in de armen ligt kan dit er dan ineens in resulteren dat ze het op een brullen zetten. Ze hebben namelijk nog niet goed geleerd dat dit maar een tijdelijke situatie is.

De piek van eenkennigheid ligt rond de 10 maanden maar we hebben hele vroege vogels die al met zes maanden deze fase ingaan.

Lees ook: Vaderschap voor dummies! Speciaal voor alle papa’s!

Niet iedereen papa en mama

Kinderen gaan vanaf de zes maanden ook inzien dat niet iedereen papa en mama is. Opa en oma hebben bijvoorbeeld een heel ander gezicht wat maakt dat dit samen met de objectpermanentie extra lastig is om kinderen achter te laten bij opa en oma of op het kinderdagverblijf.

Wat te doen

Wat kun je het beste doen? Er een niet te groot probleem van maken. Als jij je namelijk weer omdraait, terugloopt, opnieuw gaat troosten of knuffelen en daarna weer wegloopt begint het hele circus weer opnieuw. Geef ze een dikke kus of knuffel en loop dan rustig weg. Het wordt beter, echt!

Geef een reactie