Leren lopen en de ontwikkeling van lopen    

Als kinderen leren lopen, of net gaan lopen zien we dat er allerlei variatie te zien is bij kinderen. Ze zijn dit letterlijk aan het oefenen. Hoe ziet dat er uit en wat kun je voor je kindje doen? Je leest het in dit artike

Leren lopen

Voor kinderen echt gaan los lopen, lopen zonder iets vast te houden, zijn de kinderen in Nederland gemiddeld rond de 11-18 maanden. Dit is allemaal gemiddeld en prima. Voor dat kinderen gaan lopen gaat er eigenlijk nog een lange periode aan vooraf waarin ze dit aan het oefenen zijn. Er zijn verschillende fase die we kennen in dat oefenen.

Langslopen

Een eenvoudige fase van het leren lopen is het langslopen. Bijvoorbeeld langs de salontafel, of langs de bank of een stoel. Kinderen verplaatsen zich dan zijwaarts. Door je zijwaarts te verplaatsen, verplaats je je gewicht van je ene naar je andere voet. Kinderen kunnen met hun armen steunen op de bank of tafel en hebben daardoor het gevoel van veiligheid. Het voordeel van de bank of tafel is ook dat dit een stevig en vast punt is om aan te steunen. Ze hoeven over het algemeen niet bang te zijn dat het omvalt en kunnen flink wat duwen en dus steun nemen zonder dat daar een consequentie aan hangt.

Lees ook: Wanneer is tenen lopen een probleem?

Oversteken

Vaak komt na het langslopen het ‘oversteken.’ Onder oversteken versta ik het overstappen van bijvoorbeeld de bank naar de salontafel. Hierbij moet een kind ook zijn steunpunt van de handen verplaatsen. Wanneer de meubelstukken dicht bij elkaar staan is dit minder spannend dan wanner deze wel ver uit elkaar staan.

Hoe kun je je kindje helpen dit makkelijk te maken? Je begint met het uitlokken van het ene naar het andere. Wanneer dit zo dichtbij is dat het kind er met de hand bij kan zonder daar al te veel moeite voor te doen, zien we dat ze dit vrij makkelijk doen. Dit is de eerste echte stap richting het voorwaarts verplaatsen.

Lees ook: Opvangen bij leren lopen, waarom niet alle kinderen dit doen

Door te spelen met de afstand tussen de tafel en de bank en hier steeds een beetje meer afstand te creëren zien we dat kinderen wat zelfverzekerder worden. Ze durven steeds een beetje meer en durven meer moeite te doen om de oversteek te halen. Vaak is er een punt waarop ze beide handen even los moeten hebben om de oversteek te kunnen halen. Dit is de eerste fase van het loslopen

Loop kar

Naast het oversteken is lopen achter een loop kar een goede manier om het loslopen uiteindelijk te oefenen. Ikzelf ben fan van de simpelste loopkar. Gewoon een houten blokkenkar die je met bakstenen kunt verzwaren. De meeste kunststof modellen hebben allerlei speelgoed aan de voorzijde, terwijl het kind aan de achterzijde loopt. Hoe simpeler hoe beter

Het verzwaren is vaak nodig om ervoor te kunnen zorgen dat een kind de tijd krijgt om zijn voeten te verplaatsen. Dit is vaak voor het eerst dat ze zich echt lopend voorwaarts verplaatsen. Hoe zwaarder hoe langzamer ze de tijd krijgen en hoe lichter, hoe sneller te kunnen vallen omdat de steun die ze nemen ervoor zorgt dat de loop kar wegrolt. Als je hem te zwaar maakt krijgen de kinderen hem niet meer vooruitgeduwd ;).

Lopen aan de hand

Ten slotte hebben we lopen aan de hand of aan twee handen. Dit is prima zolang je er als ouder voor zorgt dat de schouders maximaal op schouderhoogte zijn. Kinderen zijn snel geneigd te gaan hangen wanneer de armen erg hoog zijn. Dit zorgt ervoor dat ze vooral zelf geen steun hoeven te nemen op hun voeten en vooral geholpen worden door ons. Motorisch hebben ze er dan ook weinig aan. Zorg dus dat de handen altijd laag zijn, iets minder goed voor onze rug, maar zo kan een kindje steunen en alsnog zelf oefenen met plaatsen van de voeten.

Geef een reactie